Het Leven van Pi

9 04 2008
… en dan sta je in de bibliotheek en denk je: “Als dit niet het ideale boek is, dan weet ik het ook niet meer!”

Geen idee of Yann Martel lang over de titel heeft nagedacht, maar mijn aandacht had hij in elk geval meteen. Mijn Pi-alarm had wel wat opwarmtijd nodig. Vreemd om pi in de titel van een boek te willen vermelden, want als er één ding is waar wiskundigen vaak niet goed in zijn, dan is het wel in talen (en omgekeerd). De wiskundigen die je met die titel aantrekt, geven waarschijnlijk al op na het voorwoord en de taalkundigen… tja, die leggen het boek al terzijde omdat er wiskunde op de flap staat! Marketing-gewijs misschien een minder goede titel dus.
Ik moet toegeven dat ik voorlopig nog niet verder ben geraakt dan de achterflap, maar die vertelde mij al wat ik eigenlijk had moeten weten; behalve de naam Pi, waarschijnlijk geen letter wiskunde in het boek!

Een boek waar ik wel al hier en daar een pagina uit gelezen heb, is Van Heer Halewijn tot Hugo Claus - 160 Gedichten om uit het hoofd te kennen. In de bib kon ik niet nalaten om De Spin Sebastiaan al even te lezen en ook Junkieverdriet moest mijn poëzie-honger stillen. Heerlijk!

En om deze literaire drievuldigheid te vervolledigen heb ik ook nog De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan van Milan Kundera meegebracht.





Het zit in me!

5 04 2008

Misschien niet bijster origineel (maar daarom niet minder mooi of minder actueel) dit streepje poëzie….

Ik kan je nu al zeggen,
nog voor eender wat,
dat je mijn hart allang
niet meer verlaten kan.

Tenzij heel even — zoals nu,
om wadend door m’n bloed
naar m’n hoofd te stijgen.

Dan denk ik aan je.

Zoals nu.

- Stijn Vranken, Vlees mij!, p.54

Het spelen met taal en woorden heeft me altijd al beziggehouden. Het zit gewoon in me, het zit waarschijnlijk in mijn familie. Mijn opa kende ongelooflijk veel spreekwoorden en gezegden en hij kon, net zoals ik dat nu kan, verbaasd zijn over hoe mooi je iets kunt verwoorden. Zo stond ik vandaag ook een beetje verbaasd toen ik bovenstaand pareltje van Stijn Vranken tegen kwam. Maar dat was niet het enige streepje poëzie dat vandaag mijn pad op het internet kruiste. Als bij toeval kwam ik een gedicht van mezelf tegen. In een ver (en soms liever vergeten) verleden schreef ik bijna dagelijks een “gedicht”, of toch een paar woorden en zinnen die daarvoor door moesten gaan…

Ik ben een schildersezel
geboren uit bomen
op een rommelmarkt

ik droomde van… goh
zon en bloem
eeuwige roem
maar bleef slechts hout

ik ben de kitsch
die kunst vasthoudt

Ik hou van woorden, het zit in me!





Wiskundige Poëzie

31 01 2008
Vlieger

Een ruit die tot een vlieger zei:
´Ik ben een vlieger net als jij`,

Bracht hem daarmee in zielenstrijd

Inzake zijn identiteit.

De arme vlieger dacht en dacht,
Maar kreeg de stelling niet ontkracht,
Waarop hij riep vol kwade zin:
`Ik gooi die vent zijn ruiten in´.

Helaas een ruit is louter lijn,
Heeft vensterbank noch raamkozijn.

Zodat er bij gebrek aan glas

Geen represaille moog´lijk was.

De vlieger bracht nog hoopvol uit:
`Ben ik misschien dan ook een ruit?´

Maar helaas alweer een strop,

Ook deze vlieger ging niet op.

 

Dat gezegd zijnde, trek ik mij wiskundig terug in het verre Zwolle om er good memories op te halen en carnaval te vieren!

Adios!