Pi-eter?

Naam: Mathema - Voornaam: Pi-eter

Mijn leven begon, zoals bij iedereen, bij twee mensen en hun drang om te vermenigvuldigen. Later zou ik die twee mensen vervloeken, aanbidden, loven en bespotten (meestal niet in exact deze volgorde), ik zou ze mijn ouders, mama en papa, de zagen en de geldschieters noemen. Dit laatste echter zéér sporadisch.
Hun drang moet het grootst geweest zijn in het begin van 1984, want in de herfst van datzelfde jaar werd ik, πter (Pieter) Mathema, geboren in een machtige wereld.

De eerste jaren van mijn leven verliepen allesbehalve vlekkeloos. De pampers die hiervoor een oplossing boden, liet ik achter me toen ik naar het zomerklasje en de daaropvolgende kleuterklassen mocht om er - ja, ik was er vroeg bij - het verschil te ontdekken.
Hand in hand, de blonde haren netjes gekamd en het zomers rokje dat wapperde in een zwoele zucht van die mooie zomers van weleer. Onwetend als ik was, dacht ik toen al aan goede en kwade dagen…, maar het eerste leerjaar van de gemeentelijke jongensschool (waar mijn geliefde zelfs niet op bezoek mocht komen) maakte daar komaf mee.
Lang zat ik echter niet in de put, want al in de eerste weken van het nieuwe schooljaar stond ik plots oog in oog met mijn nieuwe liefde. Hoewel ik vaak al van ’s ochtends vroeg naar televisiebeelden zat te kijken van groene ruimtewezens, die mijn papa samen golfoorlog noemde, was die kijkdoos niet de uitverkorene. Ook de Juf met blonde haren en in de zomer een wapperend rokje bezorgde mij geen bonzend hart. Maar telkens wanneer ze cijfers, getallen, plussen en minnen op het bord schreef, had ze mijn volle aandacht! Jawel, in het eerste leerjaar werd ik binnengeleid in De Wereld van de Wiskunde en ik zou de uitgang nooit meer vinden…
In het tweede leerjaar was ik de concurrentie telkens een tegeltje voor tijdens het tafels van vermenigvuldiging-spelletje. Zo was ik ook het wiskundig haantje de voorste in alle leerjaren van de basisschool. Het spreekt dus voor zich dat ik toch wat teleurgesteld was toen ik het zesde leerjaar met slechts 89% moest verlaten.
Toen had ik al een vermoeden dat ik langzaamaan weggleed naar, of moet ik zeggen, meer en meer aangetrokken werd door die wiskundige wereld. Dit onbestemde gevoel probeerde ik te counteren door me wat meer te richten op mijn voetbalcarrière. In de eerste twee jaren kon ik mijn twee verslavingen, voetbal en wiskunde, perfect combineren. Gevolg: een plaats in de basiself en een gemiddelde van - alweer - 89%. Maar stilaan kreeg ik het gevoel dat De Wereld van de Wiskunde mij slecht gezind was. Waarom kon ik nooit 90% halen? Na twee jaar Latijn, koos ik, met gemengde gevoelens weliswaar, voor Economie - Wiskunde en voor de verdere uitbouw van mijn voetbalcarrière. Ik verloor steeds meer de link met De Wereld van de Wiskunde. Mijn punten daalden onder de psychologisch zo belangrijke 70%-grens, ik leefde in een roes van succeservaringen op voetbalgebied en, zoals elke puber, experimenteerde ik met blonde haren en wapperende rokjes. Maar plots lonkte de goot: mijn kathedraal van een lichaam maakte geen aanstalten om aan zijn groeispurt te beginnen. De vele mooie meisjes van weleer waren jonge vrouwen geworden en hadden geen nood aan een mascotte, maar aan een echte vent die hen kon beschermen, de trainer had geen nood aan snelle, behendige jongens met inzicht in het spel, maar aan boomlange bal-trap-weg-verdedigers en De Wereld van de Wiskunde had geen nood aan middelmatige ik-weet-niet-wat-ik-wil-pubers, maar aan onvervalste, toegewijde genieën.
Ik greep naar de fles! Gelukkig besefte ik al vrij vlug dat ik mijn eigen wereld moest creëren, een wereld waarin plaats was voor én wiskunde én mooie vrouwen én alcohol én alles wat ik nog meer verlangde.
Op het einde van het zesde middelbaar, kort nadat ik mijn voetbalcarrière had stopgezet en mij had ingeschreven voor de basiscursus bij Jeugd & Gezondheid (tegewoordig Kazou), probeerde ik te redden wat er te redden viel. Ik slaagde nipt in mijn laatste jaar en met mijn diploma op zak trok ik naar de Hogeschool waar ik Regentaat Wiskunde - Economie - Informatica zou gaan studeren. Dat wiskunde opnieuw een kans kreeg, had ik aan mijn vader te danken. Toen ik me wou inschrijven voor Regentaat Lichamelijke Opvoeding, wierp hij me een veelbetekenende blik toe en snauwde hij dat ik nooit werk zou vinden.
En zo studeerde ik drie jaar Wiskunde omdat het moest, Economie omdat ik het goed kon en Informatica omdat ik het wou. Drie jaar lang voelde ik de drang om een beter mens te worden, om echt te luisteren naar wat de docenten ons te vertellen hadden, om tijdens stages het beste van mezelf te geven, maar ik dronk me liever zat in een studentencafé en ik had veel meer zin om alle vrouwen te versieren die mijn pad kruisten dat dan ik braafjes achter mijn boeken kroop. Het was pas op Erasmus in Zwolle (NL) dat ik ontdekte dat het ook anders kon en dat anders daarom niet saaier is. Ik studeerde er zeven weken Projectieve Meetkunde omdat ik dacht dat ik daarmee wel mijn partiële negen zou kunnen opkrikken tot minstens een tien, ik was er koning van het studentenleven en de cocktails en alsof dat nog niet genoeg was ontmoette ik er bruine haren en een jeansbroek (het was niet de tijd van het jaar voor wapperende rokjes). Ik had er de tijd van mijn leven, zo besefte ik jaren later.En zo gebeurde het dat ik twee maanden na mijn Erasmus-avontuur met een diploma Bachelor Initiële Lerarenopleiding Secundair Onderwijs - groep 1 de arbeidsmarkt betrad. Honderden sollicitatiebrieven en CV’s werden alle richtingen uitgestuurd, maar uiteindelijk had ik aan slechts één sollicitatiegesprek voldoende om een job te bemachtigen als… Leerkracht Wiskunde in de eerste graad van een ASO-school.
De eerste maanden waren een hel. Ik vloekte op de leerlingen, de collega’s, mijn vroegere docenten, ja zelfs mijn vrienden moesten eraan geloven. Maar gaandeweg leerde ik leven met de wiskunde. Er zat ook niets anders op: ik moest en zou een volledig schooljaar wiskunde geven. Tijdens mijn tweede schooljaar als leerkracht wiskunde kreeg ik de indruk dat De Wereld van de Wiskunde me opnieuw in zijn armen sloot. Ik zag er opnieuw de ware in, de enige echte liefde van mijn leven.

Tot op heden geef ik les in diezelfde school, nog steeds in de eerste graad. Echte verslavingen heb ik niet, al moet ik toegeven dat het beluisteren van muziek en het eten van choco-producten er wel aardig begint op te lijken. Sommige mensen zullen beweren dat ik een porto-verslaving heb, maar dat is slechts een mythe. Akkoord, wanneer ik op kamp ben (met Kazou), durf ik ’s avonds wel eens meer dan één porto’tje te drinken, maar ’s morgens drink ik ook meer dan één koffie!
Verder wil ik nog gezegd hebben dat dit levensverhaal niet alleen maar uit feiten bestaat. Wie de realiteit van de fictie wil onderscheiden, zal met mijn vrienden, familie, collega’s en kennissen moeten praten en zich uiteindelijk tevreden stellen met halve waarheden, want er zijn nu eenmaal zaken die niemand hoeft te weten behalve die enige, echte, ware liefde van mijn leven… en dat is niet de wiskunde!

Eén reactie naar “Pi-eter?”

9 04 2008
Valerie (17:04:24) :

AAAH, nog een collega wiskunde zie! Aangenaam :-)

Plaats een reactie

De volgende sleutelwoorden kun je gebruiken : <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>